Achter de stekker: een interviewreeks waarin we de mensen achter de NAL een gezicht geven.

16-02-2026 147 keer bekeken

Lutske Lindeman is binnen de NAL coördinator voor de G4 namens Rotterdam. Vanuit die rol zorgt zij ervoor dat landelijk en regionaal gemaakte afspraken ook daadwerkelijk landen in de stad. En andersom dat de praktijkervaringen uit Rotterdam worden ingebracht in het regionale en landelijke overleg.

Lutske is al sinds het begin betrokken bij de NAL. “We stonden in 2019 met elkaar voor de opgave om mobiliteit te verduurzamen. Toen zagen we dat er op veel plekken nog weinig gebeurde en vooral niet eenduidig. Met de auto wil je overal op dezelfde manier kunnen laden. Dat idee lag aan de basis van de NAL.”   

“Als laden niet makkelijk en toegankelijk is, dan gaat de grote meerderheid niet mee.”  

Van eerste laadpaal tot schaalvergroting  

Wat Lutske aanspreekt in de NAL is de gezamenlijke aanpak. “Samen met mensen van het ministerie, regio’s en marktpartijen een eenduidige werkwijze opzetten: dat móést er gewoon komen.” Die betrokkenheid is ook persoonlijk. Het uitstootvrij maken van mobiliteit is voor haar een belangrijke drijfveer. “Twintig procent van de CO₂-uitstoot komt door mobiliteit. Elektrisch rijden is op dit moment de meest logische techniek om dat terug te dringen. Dan moet laden wel mogelijk zijn.” 

Energie haalt ze uit de mensen met wie ze werkt. “Het is een onderwerp waar enorm veel gemotiveerde mensen aan werken, allemaal met dezelfde drive. Dat geeft een goede vibe.” Ook haar studieachtergrond speelt daarin mee. Na eerst Geschiedenis te hebben gestudeerd, stapte ze over naar Milieukunde. “Ik wilde iets doen waarvan ik voelde dat het ertoe doet. Ik hou van natuur, en als je ziet wat klimaatverandering daarmee doet, dan wil je bijdragen aan een oplossing.” 

Fotograaf Paul Klaverdijk

 

Niet lullen maar poetsen 

In Rotterdam ziet Lutske die mentaliteit duidelijk terug. “We doen veel pilots. Als de wetenschap zegt dat iets kan, dan proberen we het gewoon.” Ze noemt voorbeelden van experimenten met terugladen van auto’s naar het elektriciteitsnet, jaren voordat dit op grotere schaal werd opgepakt. “Sommige proeven lieten juist zien dat iets nog niet markt-ready was. Dat vind ik ook waardevol.” 

Waar ze zelf trots op is, is de ontwikkeling van de laadinfrastructuur in de stad. “Ik ben vanaf het begin betrokken geweest bij de aanbestedingen. In 2010 stond de eerste laadpaal, nu zijn er ongeveer achtduizend laadpunten. Wat toen onhandig en nieuw was, is nu de gewoonste zaak van de wereld.” 

Opschalen zonder draaiboek 

De grootste uitdaging ziet Lutske nu in het opschalen van het hele vakgebied. “Alles wordt groter: de aanbestedingen, het aantal betrokken partijen, de impact in de straat. We zetten nu aanbestedingen uit voor tienduizenden laadpalen. Dat vraagt iets anders van iedereen.” Volgens haar is het ingewikkeld, omdat niemand dit eerder heeft gedaan. “Er is geen draaiboek. Iemand vergeleek het laatst met een escaperoom: je hebt elkaar nodig om eruit te komen.” 

Die opschaling raakt alle niveaus. Van bewoners in de straat tot marktpartijen en collega’s bij andere overheden. “In het begin viel een laadpaal nauwelijks op. Nu zijn er straten waar meerdere plekken worden ingenomen. Dat kan ook schuren. Iedereen moet meegenomen worden in die groei.” 

Laden als vanzelfsprekendheid 

Als Lutske vooruitkijkt naar 2030, is haar wens helder. “Dat laden goed werkt en dat elektrisch rijden heel gewoon is. Dat je je nooit meer afvraagt of je je auto kunt laden, net zoals je nu niet twijfelt of je kunt tanken.” Daarbij ziet ze nog wel verbeterpunten. “Het laden is al best makkelijk, maar het is niet altijd prijstransparant. Verschillende palen met verschillende tarieven: dat is voor gebruikers onduidelijk.” Daarnaast noemt ze netcongestie als een belangrijke uitdaging. Ontwikkelingen zijn zo snel gegaan dat het elektriciteitsnet op sommige plekken vol zit. “Daar moeten we met elkaar een goed antwoord op vinden, waarbij de betrouwbaarheid voor de gebruiker overeind blijft.” 

Toegankelijkheid voorop 

Ook integraliteit speelt daarin een rol. Op de doorgeefvraag van Marieke Donkervoort hoe zij de toekomstige laadinfrastructuur vanuit dat perspectief ziet, antwoordt Lutske: “Het moet voor iedereen toegankelijk en makkelijk zijn om te laden. Die integraliteit moet je op de achtergrond organiseren, maar op straat moet het simpel en begrijpelijk zijn. Als het niet makkelijk is, haakt de grote meerderheid af.” 

Trots op wat er staat  

Tot slot is Lutske trots op wat er met elkaar is neergezet. “Nederland staat internationaal gezien echt in de top als het gaat om publieke laadinfrastructuur. En dat terwijl we een klein land zijn. Dat hebben we georganiseerd met enthousiaste mensen en goede samenwerking.”  Met die gedachte sluit ze af met haar doorgeefvraag aan de volgende gast in Achter de stekker: 

 “Waar werken we nog te weinig aan om de doelstellingen van de NAL te halen?” 

Op naar de volgende schakel in de reeks.  

Cookie-instellingen